Vorige

Volgende

Art. 33 - Contact: Algemene principes


33.1 Cilinderprincipe

Het cilinderprincipe wordt omschreven als de ruimte binnen een denkbeeldige cilinder welke een speler op de speelvloer inneemt. De ruimte boven de speler is daarbij inbegrepen en de ruimte wordt beperkt:


Tekening 5. Cilinderprincipe


De handen en armen mogen niet verder voor de torso (het bovenlichaam) uitgestoken worden dan de positie van de voeten, met de armen gebogen vanaf de ellebogen op zo’n manier, dat de onderarmen en de handen omhoog wijzen. De afstand tussen de voeten varieert met de lengte van de speler.


33.2. Principe van de verticaliteit

Gedurende de wedstrijd heeft iedere speler recht op een plaats op de speelvloer (cilinder) en niet reeds door een tegenstander is ingenomen.


Dit principe beschermt de ruimte op het speelveld welke hij inneemt en de ruimte boven hem, wanneer hij verticaal binnen deze ruimte opspringt. Zodra de speler zijn verticale positie (cilinder) verlaat en er lichamelijk contact met een tegenstander plaatsvindt die zijn eigen verticale positie (cilinder) al had ingenomen, is de speler die zijn verticale positie (cilinder) had verlaten, verantwoordelijk voor het contact.


Een verdediger moet niet worden bestraft voor het verticaal verlaten van de speelvloer (binnen zijn cilinder) of voor het boven hem hebben van zijn handen en armen binnen zijn eigen cilinder.


De aanvallende speler, of hij zich op de speelvloer of zich in de lucht bevindt, mag geen contact met de verdedigende speler veroorzaken die een legale verdedigende positie heeft, door:


33.3 Legale verdedigende positie

Een verdedigende speler heeft een legale verdedigende uitgangspositie ingenomen als:


De legale verdedigende positie zet zich verticaal boven hem (cilinder) voort. Hij mag zijn armen en handen boven zijn hoofd uitstrekken of verticaal springen, maar hij moet ze in een verticale positie binnen de denkbeeldige cilinder houden.


33.4 Bewaking van een speler die balbezit heeft

In geval van het verdedigen van een speler die balbezit heeft (houdt de bal vast of dribbelt ermee), zijn de elementen van tijd en plaats niet van toepassing.


De speler met de bal dient te verwachten, dat hij verdedigd wordt en moet derhalve voorbereid zijn te stoppen of van richting te veranderen als een tegenstander een initiële legale verdedigende positie voor hem inneemt, ook in het geval dat dit in een fractie van een seconde gebeurt.


De verdedigende speler moet een initiële legale verdedigende uitgangspositie innemen, zonder dat lichamelijk contact voorafgaat aan het innemen van die positie.


Op het moment dat de verdedigende speler een initiële legale verdedigende positie heeft ingenomen, mag hij bewegen om zijn tegenstander te bewaken, maar hij mag zijn armen, schouders, heupen of benen niet uitsteken, om een dribbelende speler te verhinderen hem voorbij te gaan.


Om een doordring-/blokkeersituatie te beoordelen, waarbij een speler in balbezit is, moet de scheidsrechter de volgende uitgangspunten hanteren:


In geval van één van bovenstaande situaties, wordt de fout beschouwd als te zijn begaan door de speler met de bal.


33.5 Bewaking van een speler die geen balbezit heeft

Een speler die geen balbezit heeft, heeft het recht zich vrij over het speelveld te bewegen en iedere positie in te nemen die niet reeds door een andere speler is ingenomen.


Bij het verdedigen van een speler die geen bal controleert, zijn de elementen van tijd en afstand van toepassing. Een verdedigende speler mag niet een positie innemen zó dichtbij en/of zó snel in de baan van een bewegende tegenstander, dat de laatstgenoemde niet voldoende tijd of afstand heeft om te stoppen, óf van richting te veranderen.


De afstand tot de tegenstander is direct afhankelijk van diens snelheid, maar nooit minder dan één (1) gewone stap.


Indien een verdedigende speler geen rekening houdt met de elementen van tijd en plaats bij het innemen van zijn initiële legale verdedigende positie en er lichamelijk contact met een tegenstander optreedt, is hij verantwoordelijk voor dit contact.


Heeft een verdediger eenmaal een initiële legale verdedigende positie ingenomen, dan mag hij bewegen om zijn tegenstander te bewaken. Hij mag niet voorkomen dat deze hem passeert door het uitsteken van armen, schouders, heupen of benen in de baan van die tegenstander. Ter voorkoming van een blessure mag hij zich binnen zijn cilinder omdraaien.


33.6 De speler die zich in de lucht bevindt

Een speler die vanaf een plaats op het speelveld is opgesprongen, heeft het recht weer op dezelfde plaats te landen.


Hij mag ook op een andere plaats op het speelveld landen, mits zich op de rechte weg tussen afzet- en landingsplaats geen tegenstanders bevinden en de landingsplaats op het moment van afzetten niet reeds door een tegenstander(s) was ingenomen.


Een speler die opspringt en neerkomt, maar door zijn vaart (momentum) in contact komt met een tegenstander die een legale verdedigende positie buiten de landingsplaats heeft ingenomen, dan is de springer voor dit contact verantwoordelijk.


Een speler mag zich niet in de baan van een tegenstander begeven, nadat deze tegenstander was opgesprongen.


Zich onder een in de lucht zijnde speler voortbewegen en contact veroorzaken, is gewoonlijk een onsportieve fout en kan in bepaalde gevallen een diskwalificerende fout zijn.


33.7 Screening: legaal en illegaal

Screening is een poging een tegenstander, die geen balbezit heeft, te vertragen of te verhinderen een gewenste positie op het speelveld in te nemen.


Legaal ‘screening’ vindt plaats, als de speler die een ‘screen’ zet bij een tegenstander:


Illegaal ‘screening’ vindt plaats, als de speler die een ‘screen’ zet bij een tegenstander:


Als het ‘screen’ geplaatst wordt binnen het gezichtsveld van een stilstaande tegenstander (aan de voor- of zijkant), mag de speler die het ‘screen’ plaatst zo dicht als gewenst bij hem staan, zonder daarbij contact te maken.


Als het ‘screen’ geplaatst wordt buiten het gezichtsveld van een stilstaande tegenstander, moet degene die het ‘screen’ zet, zijn tegenstander een (1) gewone stap in zijn richting toestaan, zonder dat daarbij contact wordt veroorzaakt.


Bij een tegenstander in beweging zijn de elementen van tijd en afstand van toepassing. Degene die het ‘screen’ zet, moet voldoende afstand bewaren tot de speler waarop het ‘screen’ gezet wordt om de speler in de gelegenheid te stellen te stoppen of van richting te veranderen.


De vereiste afstand is nooit minder dan één (1) gewone stap en nooit meer dan twee (2) gewone stappen.


Een speler waarop legaal een ‘screen’ wordt gezet, is verantwoordelijk voor elk contact met de speler die het ‘screen’ zet.


33.8 Doordringen

Doordringen is ongeoorloofd persoonlijk contact, met of zonder bal, door tegen de torso van de tegenstander te duwen of te bewegen.


33.9 Blokkeren

Blokkeren is ongeoorloofd persoonlijk contact met een tegenstander, waardoor diens bewegingsvrijheid, met of zonder bal, wordt belemmerd.


Een speler die probeert een ‘screen’ te zetten, begaat een blokkeerfout in het geval er contact ontstaat, terwijl hij in beweging is en zijn tegenstander stilstaat of zich van hem af beweegt.


Een speler die de bal niet volgt, tegenover een tegenstander staat en diens bewegingen volgt, is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor ieder contact dat er plaatsvindt, tenzij er andere factoren in het spel zijn.


De uitdrukking ‘tenzij er andere factoren in het spel zijn’ heeft betrekking op opzettelijk duwen, doordringen of hinderen door de speler waarop het screen wordt gezet.


Het is een speler toegestaan, zijn arm(en) of ellebo(o)g(en) buiten zijn cilinder te steken, terwijl hij positie op het speelveld inneemt, maar hij moet deze echter binnen de cilinder brengen, indien een tegenstander hem probeert te passeren. Indien zijn arm(en) of ellebo(o)g(en) zich buiten zijn cilinder bevinden en er contact plaatsvindt, is er sprake van blokkeren of hinderen.


33.10 No-charge semicirkel gebieden

De No-charge semicirkelgebieden zijn op de speelvloer aangebracht met de bedoeling om een specifiek gebied te kunnen aanwijzen voor de interpretatie van doordring/blokkeer-situaties onder de basket.


Bij een aanvallende actie op de basket binnen de no-charge semicirkel zal elk contact veroorzaakt door een aanvallende speler die in de lucht is (airborne) met een verdedigende speler binnen de no-charge semicirkel, niet als een aanvallende fout worden beoordeeld, tenzij de aanvallende speler illegaal gebruik maakt van zijn handen, armen, benen of lichaam. Deze regel is van toepassing als:


33.11 Het aanraken van een tegenstander met de hand(en) en/of arm(en)

Het aanraken van de tegenstander met de hand of de handen, is niet noodzakelijkerwijs een fout.


De scheidsrechters moeten beslissen, of de speler die het contact heeft veroorzaakt, voordeel heeft verkregen. Indien het contact op enigerlei wijze de bewegingsvrijheid van een tegenstander beperkt, is zo’n contact een fout.


Ongeoorloofd gebruik van de hand(en) of uitgestrekte arm(en) vindt plaats, wanneer de verdedigende speler in een verdedigende positie, zijn hand(en) of arm(en) plaatst op en in contact laat blijven met een tegenstander, met of zonder bal, om zijn voortgang te belemmeren.


Het herhaaldelijk aanraken of ‘porren’ van een tegenstander met of zonder bal is een fout, aangezien dit tot ruw spel kan leiden.


Het is een fout als een aanvallende speler met de bal:


Het is een fout, als een aanvallende speler zonder bal zich tegen een verdedigende speler afzet met de bedoeling:


33.12. Het spel van de post (center)

Het verticaliteitsprincipe (cilinderprincipe) is ook van toepassing op het spel van de post.


Zowel de speler die de postpositie inneemt, als de tegenstander die hem verdedigt, moeten elkaars rechten op het verticaliteitsprincipe respecteren (cilinder).


Het is een fout, als een aanvallende of verdedigende speler in de postpositie met schouder- of heupbewegingen, zijn tegenstander wegduwt of zijn bewegingsvrijheid belemmert, door het uitsteken van ellebogen, armen, knieën of andere lichaamsdelen.


33.13. Ongeoorloofd van achteren dekken

Ongeoorloofd van achteren dekken, is persoonlijk contact van achteren met een tegenstander veroorzaakt door een verdediger. Dat de verdedigende speler alleen de bal probeert te spelen, geeft hem niet het recht om van achteren contact te maken met de speler.


33.14. Vasthouden

Vasthouden is ongeoorloofd persoonlijk contact met een tegenstander, waardoor zijn bewegingsvrijheid wordt belemmerd. Dit contact (vasthouden), kan met elk deel van het lichaam plaatsvinden.


33.15. Duwen

Duwen is ongeoorloofd persoonlijk contact met enig lichaamsdeel, waarbij een speler krachtig een tegenstander, met of zonder bal, weg duwt of probeert weg te duwen.

Home