Vorige

Volgende

Art. 5 - Spelers: Letsel


5.1.

In geval van een blessure van een speler(s), mogen de scheidsrechters de wedstrijd stilleggen.


5.2.

Als de bal levend is en er een blessure plaatsvindt, moeten de scheidsrechters niet fluiten, totdat het team dat de bal in haar bezit had een velddoelpoging heeft ondernomen, de bal uit haar bezit heeft verloren, de bal aan het spel heeft onttrokken of totdat de bal dood is geworden. Indien het noodzakelijk is een gewonde speler te beschermen, mogen de scheidsrechters het spel onmiddellijk stilleggen.


5.3.

Indien een geblesseerde speler het spel niet onmiddellijk (binnen ongeveer 15 seconden) kan hervatten of verzorgd wordt, moet hij worden vervangen, tenzij er minder dan vijf (5) spelers op het speelveld zijn van dat team.


5.4.

Teambegeleiders mogen alleen met toestemming van een scheidsrechter het speelveld betreden om een geblesseerde speler te helpen, vóórdat hij vervangen wordt.


5.5.

Een arts mag het speelveld zonder de toestemming van een scheidsrechter betreden, indien naar het oordeel van de arts de gewonde speler onmiddellijk medische verzorging nodig heeft


5.6.

Iedere speler die gedurende de wedstrijd bloedt of een open wond heeft, moet worden vervangen. Hij mag naar het speelveld terugkeren nadat het bloeden is gestopt en de aandoening of open wond volledig en secuur is afgedekt. Een geblesseerde speler, of enige speler die bloedt of een open wond heeft, mag aan de wedstrijd blijven deelnemen, indien hij gedurende een time-out van een van beide teams herstelt, vóór het signaal van de scorer voor de vervanging.


5.7.

Spelers die door de coach zijn aangewezen om de wedstrijd te starten, of tussen twee vrije worpen in een behandeling ontvangen, mogen in het geval van een blessure worden vervangen. In dat geval is het de tegenstander ook toegestaan evenveel spelers te vervangen, als zij dat wensen.

Home