Vorige

Volgende

Art. 7 - Coaches: Taken en bevoegdheden


7.1.

Uiterlijk 20 minuten voor de geplande aanvang van de wedstrijd moet elke coach, of zijn vertegenwoordiger, aan de scorer een lijst met namen en bijbehorende nummers opgeven van de spelers die bevoegd zijn om aan de wedstrijd deel te nemen, alsook de naam van de aanvoerder van het team, de coach en die van de assistent-coach.

Alle spelers waarvan de namen op het wedstrijdformulier vermeld staan, zijn bevoegd om aan de wedstrijd deel te nemen, zelfs indien zij ná aanvang van de wedstrijd arriveren.


7.2.

Uiterlijk 10 minuten voor de geplande aanvang van de wedstrijd moeten de beide coaches instemmen met de namen en de nummers van de leden van hun team en de namen van de coaches op het wedstrijdformulier, door dit te ondertekenen. Op hetzelfde moment moeten zij de eerste vijf (5) spelers aanwijzen die de wedstrijd zullen beginnen. De coach van team ‘A’ dient dit als eerste te doen.


7.3.

Teambegeleiders zijn de enige personen aan wie het toegestaan is om op de spelersbank te zitten en zich binnen hun spelersbankgebied te bevinden.


7.4.

De coach of de assistent-coach mag gedurende de wedstrijd naar de wedstrijdtafel gaan om statistische informatie te verkrijgen, uitsluitend wanneer de bal dood is en de wedstrijdklok stilstaat.


7.5.

Alleen de coach of de assistent-coach, echter enkel één van hen op enig moment, is het toegestaan om gedurende de wedstrijd te staan. Zij mogen de spelers gedurende de wedstrijd mondeling toespreken, mits zij binnen hun spelersbankgebied blijven. De assistent-coach zal de officials niet aanspreken.


7.6.

Indien een assistent-coach aanwezig is, moet zijn naam voor aanvang van de wedstrijd op het wedstrijdformulier worden genoteerd (zijn handtekening is niet noodzakelijk). Hij moet alle taken en bevoegdheden van de coach op zich nemen, indien deze, om welke reden dan ook, niet in staat is zijn functie verder uit te oefenen.


7.7.

Wanneer de aanvoerder het speelveld verlaat, moet de coach de scheidsrechter het nummer van de speler meedelen, die op het speelveld als aanvoerder zal fungeren.


7.8.

De aanvoerder moet als coach optreden in het geval er geen coach aanwezig is, of indien de coach niet meer in staat is zijn functie verder uit te oefenen en er ook geen assistent-coach op het wedstrijdformulier vermeld staat (of niet meer in staat is zijn functie verder uit te oefenen). Als de aanvoerder het speelveld moet verlaten, mag hij als coach blijven optreden, echter, moet hij het speelveld ten gevolge van een diskwalificerende fout verlaten, of kan hij ten gevolge van een blessure niet verder als coach optreden, dan moet degene die hem als aanvoerder vervangt, hem ook als coach vervangen.


7.9.

De coach wijst de nemer van de vrije worpen van zijn team aan, in alle gevallen waarbij de nemer van de vrije worpen niet door de regels is bepaald.

Home