Vorige

Volgende

B.11 - Het noteren van de doorlopende score - Extra aanwijzingen


B.11. Het noteren van de doorlopende score: Extra aanwijzingen


B.11.1.

Een velddoelpunt dat drie (3) punten oplevert, moet worden aangegeven door een cirkel te trekken rond het nummer van de speler.


B.11.2.

Een velddoelpunt per ongeluk door een speler in de eigen basket gemaakt, moet worden genoteerd als te zijn gemaakt door de aanvoerder van de tegenpartij, die zich op het speelveld bevindt


B.11.3.

Punten gemaakt terwijl de bal niet door de basket gaat (Art.31 Goaltending en Interference), worden genoteerd als te zijn gemaakt door de speler die de velddoelpoging ondernomen heeft.


B.11.4.

Aan het einde van iedere periode dient de scorer een dikke cirkel (O) te plaatsen rond het laatste getal van de punten gemaakt door beide teams en een dikke horizontale streep te trekken over de hele kolombreedte onder de laatste aantekening. Onder deze streep de omcirkelde score over te nemen.


B.11.5.

Aan het begin van de tweede helft, dient de scorer de letters A en B onder de horizontale streep in de betreffende kolommen verwisseld te noteren en hieronder de bijbehorende bereikte eindstand van de eerste helft.


B.11.6.

Telkens als het mogelijk is, moet de scorer zijn score met het zichtbare scorebord vergelijken. Als er een verschil is en zijn score de juiste is, moet hij onmiddellijk stappen ondernemen, opdat de stand op het scorebord verbeterd wordt. In geval van twijfel, of als één van de teams het met de verbetering niet eens is, dient hij de hoofdscheidsrechter onmiddellijk in te lichten, zodra de bal dood is en de wedstrijdklok stilstaat.

Home