Vorige

Volgende

B.3 - Invullen


B.3.

Minstens 20 minuten voor het begin van de wedstrijd moet de scorer het wedstrijdformulier op de volgende wijze voorbereiden:


B.3.1.

Hij dient de namen van de beide teams te noteren in de ruimte aan de bovenkant van het wedstrijdformulier. Team A is altijd het thuisspelende team of bij toernooien of wedstrijden op neutraal terrein, het team dat als eerste in het programma wordt genoemd. Het andere team is team ‘B’.


B.3.2.

Hij zal dan invullen:


B.3.3.

Team ‘A’ beslaat de bovenste helft van het wedstrijdformulier en team ‘B’ de onderste helft.


B.3.3.1.

In de eerste kolom moet de scorer het nummer (de laatste drie cijfers) van de spelerslicentie invullen. Bij toernooien dient het nummer van de spelerslicentie alleen bij de eerste wedstrijd van het team te worden ingevuld.


B.3.3.2.

In de tweede kolom moet de scorer de naam van de speler en zijn voorletters in BLOKLETTERS invullen, naast het nummer dat de speler zal dragen tijdens de wedstrijd, waarbij hij gebruik maakt van de lijst, zoals deze door de coach of zijn vertegenwoordiger is overhandigd. De aanvoerder van het team wordt aangeduid door direct achter zijn naam (CAP) te noteren.


B.3.3.3.

Indien een team met minder dan twaalf (12) spelers vertegenwoordigd is, dient de scorer een lijn te trekken door de ruimtes bestemd voor het licentienummer, naam, nummer enz. van de speler(s) die niet aan de wedstrijd zullen deelnemen.


B.3.4.

Onder aan het deel van het wedstrijdformulier dat voor iedere team bestemd is, moet de scorer de naam van de coach en de assistent-coach van de betreffende team in BLOKLETTERS invullen.

Home